Herman’s Key-Note

10 05 2012

Daar zat ik dan, op de eerste rij en luisterend naar de meester. 80 jaar jong is de man en zo fris en energiek dat zelfs ik er jaloers op ben. Herman Hertzberger, de keizer van de scholenbouw, hield afgelopen woensdag een prachtige en gepassioneerde lezing over zijn vakgebied tijdens het congres van De Architect ‘architectuur en onderwijs’. Met recht een ‘key-note’ spreker, en wat was het aandoenlijk om te zien dat hij microfoon en powerpoint-klikker af en toe door elkaar haalde en het geluid soms weg viel. Maar ik zat vooraan en zag en hoorde alles.

Toen mijn vader eind jaren 80 ging werken bij Centraal Beheer in Apeldoorn kwam ik voor het eerst in aanraking met Hertzberger. Mijn vader vertelde vol trots dat hij een heel bijzondere werkgever had, met oprechte aandacht voor haar personeel. Alles rondom het werken was geregeld en niet in de laatste plaats het kantoor in Apeldoorn. Natuurlijk gingen we af en toe mee tijdens de schoolvakanties en ik herinner me met name de kunst-manifestaties die in het CB gebouw plaatsvonden. Het hele gebouw werd gevuld met beelden, schilderijen en objecten, er waren workshops en andere manifestaties. En dat alles in die prachtige kantoorkolos van Hertzberger waar overal zit- en kijkplekjes waren. Plekjes met ‘uitzicht en rugdekking’ zoals Herman ons zo mooi uitlegde woensdag.

Herman nam ons tijdens zijn lezing mee in zijn visie over scholenbouw. Over het maken van speelruimtes en natuurlijk over de eindeloze toepassing van trappen die hangplekken worden. En over de echte reden waarom kinderen naar school gaan. Niet om te leren, maar om te hangen, te kijken en verliefd te zijn. Hij vertelde over zijn Montessori school in Delft, die letterlijk groeide tot een stad waar kinderen alles vinden wat ze nodig hebben. De klaslokalen aaneen geregen als kandij aan een houten stokje.

Herman inspireerde me om anders naar de kamers van onze kinderen te kijken. Geen witte muren en saaie vierkante kamers met een deur. Nee, een kamer waarin je moet kruipen door gaten en spelonken, waar je je kunt verstoppen zodat je ouders je nooit zien, met trappen en een zitkuil. Fantastisch. Volgende week ga ik naar de bouwmarkt en ga de kamers van de kinderen verbouwen.





Mijn nieuwe auto

23 01 2012

Vorige week kreeg ik eindelijk de kans om m’n nieuwe auto op te halen. Althans, ik kreeg een briefje van de dealer, waarin hij me vroeg langs te komen voor een voor-inspectie, om te kijken of alle opties en accessoires die ik maanden ervoor had gekozen, daadwerkelijk in de auto zaten. Het was nog vrij donker in de garage, slechts een paar lampen van de showroom brandden. Via de showroom liep ik de werkplaats in en zocht m’n nieuwe auto.

Achterin de garage zag ik ‘m staan, althans, het leek op mijn bestelde auto, maar er bleek een dikke stoflaag over te zitten. Er kwam er een monteur op me af gelopen met een verfrommeld papiertje, waarop ik moest aangeven of de auto goed was. Ik keek hem verbaasd aan. Hij was blijkbaar gewend aan deze gang van zaken want vrolijk liep hij naar een andere auto om hier aan te gaan sleutelen. Met pen en papier in de hand bekeek ik m’n auto. Er lag een stoflaag over de gehele wagen, de zwarte lak was nauwelijks nog te zien. De achterdeur was beschadigd en ik zag dat een van de zijruiten kapot was. De rechtervoorband was lek en een van de achterlichten was gebroken. Ook binnen in de auto was van alles mis. De leren bekleding had niet de bruine kleur zoals besteld, maar was zwart. Wel mooi, maar niet zoals besteld. De DVD-schermpjes voor de kinderen zaten er niet in (de monteur zei dat dat inderdaad nog moest gebeuren) en de rolgordijntjes achterin bleken niet automatisch te bewegen zoals besproken. De houder voor m’n telefoon zat op een vreemde plek, en er zat een kras op de binnenspiegel.

Ik maakte m’n lijstje met opmerkingen af (inmiddels zo’n 3 kantjes A4) en ging op zoek naar de monteur de me in eerste instantie had geholpen. Deze man bleek nergens te vinden, een jongere collega nam mijn briefje aan en beloofde de problemen op te lossen. Binnen twee weken zou alles in orde zijn.

Raar verhaal

Als je een nieuwe auto koopt dan mag je toch verwachten dat alles spik en span is? Dat de auto strak gepoetst vanonder een fluwelen doek vandaan wordt getoverd, met felle lichten en een discoshow? Precies op tijd, precies met de opties die je eerder gekozen hebt? En meestal is dat ook zo, omdat de auto-industrie het wel begrepen heeft.

Vervang nou eens in bovenstaande tekst het woord ‘auto’ door het woord ‘woning’, is deze gang van zaken dan wel normaal? Ik was namelijk niet in een auto-showroom, maar op een bouwplaats. Het ging niet om een nieuwe auto, maar om een nieuw appartement. Ik mocht mee met een zogenaamde ‘voor-oplevering’ om te kijken om te kijken of de aannemer had gedaan/geleverd zoals afgesproken.

Woning opleveren, zo kan het ook

We komen aan op de bouwplaats en lopen door de prachtig ingerichte tuin naar ons appartement. Bij het entreegebied staat een jongedame ons op te wachten. Ze geeft aan dat ze afgelopen weken uitgebreide inspecties heeft gedaan en dat alles in orde is. Ze is trots op haar werk en dat straalt ze uit. Ze stelt ons niet teleur want bij binnenkomst is het behaaglijk warm in ons huis, de ramen zijn gewassen, en het huis is, ondanks dat het een bouwplaats is, volledig stofvrij. De badkamers zijn schoongemaakt, de radiatoren zitten op de goed plek, en nergens is iets te zien wat niet klopt of anders dan afgesproken is. We kunnen er zo in en onze eigen interieurbouwer direct aan het werk zetten. Heerlijk, zo zou het moeten zijn, zo moeilijk is dit toch niet?

Het erge is dat we als consumenten er al eigenlijk vanuit gaan dat er wel een hoop mis zal zijn. De aannemer acteert volgens de verwachtingen van de klant. Er is geen enkele incentive voor een aannemer om het anders te doen. Wat zou een aannemer bereiken als hij de consument serieus neemt, behandelt als een echte klant en een product af, schoon en netjes aflevert.
Waarom is eigenlijk een voor-oplevering nodig? We gaan toch ook niet tussentijds in de autofabriek kijken…..zelfs de autodealer doet dat niet! Terwijl het autoproduct ogenschijnlijk heel wat complexer in elkaar steekt. Heeft dat met de vergaande automatisering te maken of kwaliteitscontrole aan het einde door de fabrikant zelf. Waarom loopt  de hoofdaannemer niet zelf door zijn product heen voordat hij oplevert? Hij legt de verantwoordelijk bij de veelal onervaren klant neer….hoe vreemd is dat?





Een alternatief voor de Kabelbaan van Scheveningen

1 03 2011

Afgelopen vrijdag presenteerde Marnix Norder (Wethouder Stadsontwikkeling, Volkshuisvesting en Integratie Gemeente Den Haag) zijn nieuwe plannen voor Scheveningen. Minder woningen en minder bedrijfsruimte, wel een surfdorp, marina (wat dit dan ook is) en een kabelbaan!

Bij het noemen van een kabelbaan doemden gelijk de voorbeelden van dergelijke vervoersmiddelen in zonnige steden als Lissabon en Barcelona op. In Lissabon is de kabelbaan een toeristische attractie die nauwelijks interessant is. De kabelbaan loopt evenwijdig aan het EXPO terrein uit 1998, en vervoert je een paar honderd meter verderop, uiteraard door de lucht, en geeft je uitzicht op een aantal paviljoens, onder andere die van Siza. De andere bekende kabelbanen staan in de bergen van Oostenrijk en Zwitserland, de ski-vakantie referenties. Bedoelt om je van laag naar hoog te vervoeren, iets waar in de basis een kabelbaan voor bedoeld is. Een kabelbaan heeft iets heel simpels in zich, en is in mijn ogen niet meer dan een noodzaak om hoogte te winnen. Technisch niet moeilijk, exploitatie technisch blijkbaar wel. Bezoekers hebben een angst om in de kabelbaan te stappen (wind, hoogtevrees, staat een paar keer per dag stil) en begrijpen dit vervoersmiddel niet.

De noodzaak voor een vervoersmiddel die je van het Norfolk terrein (bronpunt voor auto verkeer) naar het Zuidelijk Havengebied brengt is evident. De nieuwe verkeersontsluiting van Scheveningen gaat uit van ‘inprikkers’, aangezien een rondweg of tunnel langs / onder de kust niet realistisch is. Maar is een kabelbaan nou de meest geschikte oplossing voor dit probleem? Wij denken van niet.

Wat is er mooier dan wachten voor een openstaande brug?

Afgelopen zomer trok Sail Amsterdam honderd-duizenden bezoekers naar de stad. De Sail-In voorafgaand aan het evenement was in IJmuiden.

Mensen wachtten in hun zelf meegebrachte stoelen op de boten die voorbij trokken, ze wachtten feitelijk voor een openstaande brug en aanschouwden het kijkspel. Prachtig gezicht. Een brug maken om de verbinding tussen Zuid en Noord met elkaar te verbinden is de meest logische. En dat deze brug af en toe openstaat, is geen enkel probleem. Hoeveel boten komen er langs per dag of per uur? En als je dan even moet wachten, is dat dan heel erg? Bovendien weten we van de Erasmusburg in Rotterdam dat bruggen over het algemeen iconen van een stad worden. Symboolwerking op en top. Zo verbind je gebieden met elkaar.

Recentelijk is er door NEXT architects een plan gemaakt voor een brug over het IJ in Amsterdam.

Een symbolische ‘Y’, die zo hoog bedacht is dat boten er onderdoor kunnen varen (hoogte meer dan 50 meter!). Lastig om overheen te lopen of te fietsen, dat wel.

Er zijn ook alternatieven. Zie bijvoorbeeld de Newcastle Gateshead Bridge, die zich opent en sluit, zodat er boten onderdoor kunnen varen. De fietser en voetganger blijft op  een niveau. Je moet wel even wachten, maar hoe cool is dat!

of iets geheel anders?

Nederland heeft een geschiedenis met het ‘gevecht tegen het water’ en Scheveningen heeft hier dagelijks mee te maken. Op dit moment wordt de zeewering versterkt en zijn de resultaten zichtbaar van een nieuwe boulevard. Deze thematiek zouden we moeten inzetten om juist de kracht en spanning van dit gevecht tussen land en zee te vertalen in de plannen voor Scheveningen. Waarom verbinden we de twee havenhoofden niet met elkaar via een Aquaduct? We laten het scheepvaartverkeer rustig de haven binnen varen over het aquaduct en laten de bezoekers en gebruikers van de stad ervan genieten (boven), of via roltrappen en bijzondere functies, er onderdoor gaan. Aan beide havenhoofden (de uiteinden van het aquaduct) geven de de geplande gebouwen meer functies (denk aan een nieuw Sea-Life, surfdorp&flowrider, hotel, appartementen, (kleinschalige) chique retail, marina-achtige functies, harbour entertainment center, horeca, foodcourt, een nieuw Scheveninger museum etc.

Den Haag, Wereldstad aan Zee, verdient beter dan een kabelbaan. Een technisch hoogstandje, maar als je even de A4 op rijdt richting Amsterdam gebeurt het letterlijk. Onder de weg door bij Zoeterwoude zie je dat het gewoon werkelijkheid is. Kies uit twee goede alternatieven. Of we zetten de stad op de kaart met een mooie brug, of met een aquaduct, gekoppeld aan kwalitatieve en duurzame functies, die echt geld opleveren.

Om het (woning) bouw programma op het Norfolk terrein op een hoogwaardige manier te verbinden met het Noorderstrand is een duurzame verbinding nodig. Een verbinding die recht doet aan de ambities van de stad, en op een geloofwaardige manier een vertaling is van de ambitie van de gemeente.
Bruggen kunnen deze verbinding zijn. Met Rotterdam als voorbeeld, waarbij de Kop van Zuid pas in waarde steeg toen de Erasmusbrug een icoon werd. De waarde van binnenstedelijke vastgoedontwikkelingen hangt samen met de infrastructuur en de vrijheden die gebruikers, bewoners, toeristen daarmee krijgen. Een kabelbaan levert juist een beperking op, met windkracht 5 wil immers niemand in de gondel.
Programmeer de gebieden rondom de verbinding, denk na over welke functies de aantrekkelijkheid van de brug of aquaduct versterken en zoek lokale partners die deze kansen zien. Een flowrider als spectaculaire (ondergrondse) attractie zou er een kunnen zijn.

We willen graag meeschetsen aan de plannen, waarin faseerbaarheid en haalbaarheid de thema’s zijn. De tekeningen en (autocad) tekening zijn via een comment te verkrijgen, dus doe er (geheel volgens het open-source principe) je voordeel mee.

Niels de Vries Humel & Rico Zweers





de architect als kruidenier

28 01 2011

Wat is er aan de hand met de ‘architect’? Die zelfverzekerde man die me vertelde hoe de wereld verbeterd moest worden, hoe we echt iets heel speciaals moesten maken. Hoe we, niet gehinderd door financiele en scherp georganiseerde processen, de stad moesten verbeteren, iets anders moesten maken dan we eerder deden. Waar is deze kerel (m/v)? Heeft hij zijn lef kwijtgeraakt aan het einde van de crisis? Durft hij niet meer? Wordt hij gehinderd door de project-proces managers, is het wegkwijnend modernisme (als architectuurstroming/opvatting) de oorzaak of zoekt hij gewoon een stok om mee te slaan, puur uit frustratie? Ook ik houd niet van moddergooien, maar kritisch zijn op elkaars verantwoordelijkheden is iets anders, oplossingen aandragen is het devies. Zoals Ole Bouman vorige week al zei, ga geen onproductief debat aan. En terecht. Daarom in dit blog stellingname waarbij ik voor het gemak (en cynisme) even iedereen over een kam scheer. Een column dus.

recente aanleiding

De twee artikelen in het NRC van Jan den Boer (projectmanager Gemeente Utrecht) en Bjarne Mastebroek (voorzitter Bond Nederlandse Architecten) zijn de opmaat voor dit blog. Vorig jaar oktober had ik een aantal gesprekken met mensen van ANET en later volgde ik een debat in ARCAM over de veranderende rol van Opdrachtgever en Architect. Rudy Stroink trad uiteraard op en had een goed verhaal. Stak ook hand in eigen boezem, heel veel respect voor. Er is uiteraard meer over gesproken en geschreven. Verhalen te over, blijkbaar is er genoeg tijd om de pen op te pakken. Prima natuurlijk. Drie jaar geleden waren er nauwelijks opinie stukken over dit onderwerp, er was geen tijd voor het debat. Wat is er veranderd, maar belangrijker, waar is het vertrouwen gebleven wat we in elkaar hadden, en hoe komen we verder. Er is maar een oplossing: OPRECHT verantwoordelijkheid nemen.

wat is er aan de hand

Bouwen is een complex vak. Het duurt jaren voordat we van initatief naar oplevering zijn gelopen, jarenlang over een smalle evenwichtsbalk, met aan de linkerhand een A3 boekje met de plannen, aan de rechterhand een zak geld die continue lijkt te verdampen, maar eigenlijk moet groeien. Een nieuwe BMW bedenken, produceren, afleveren en afschrijven gaat sneller dan een woonhuis bouwen. een jaar of vier doen ze erover. Wij praten al 20 jaar over het Stationsgebied Utrecht (en nog lang niet klaar), inmiddels 15 jaar over de winkels bij de Voorwaarts in Apeldoorn etc. ik ken maar 1 groot project wat echt snel is opgeleverd. Een jaar! Van initiatief tot oplevering. Het auditorium  van de Rabobank in Utrecht.

Complexiteit dus. Regelgeving, procedures, trage overheid, financiële constructies, lagere rendementen etc. Een andere markt, veel harder, veel meer gestuurd op geld dan op kwaliteit. Hoe gaat een architect hiermee om?

wat doet een architect fout?

Hij luistert niet. Veel architecten zijn te eigenwijs, denken dat ze alles weten en bedenken de meest waanzinnige plannen die, ondanks door ons als conceptontwikkelaars zijn uitgewerkt tot een haalbaar en functioneel goed plan, veel te hoogdravend zijn. De architect 1.0 begrijpt niet hoe een ontwikkelproces in elkaar zit. Hij begrijpt niet dat het maar gaat om een ding, namelijk dat een project meer moet opleveren dan het kost. Het maakt niet uit hoeveel een project kost, als er onderaan de streep maar een bepaalde winst zit. Concreet betekent dit dat je dondersgoed moet weten wat de klant (eindgebruiker/bewoner/huurder) wil. Hij wil buitenruimte, uitzicht, daglicht, een fijne werkplek, ruimte etc. Kwaliteit dus. De klant weet precies wat hij kan krijgen voor welk geld. Dat leest ie op internet, funda, via social media etc. Hij is enorm mondig en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. De gebruiker centraal.

enkele tips, tricks en frustraties

Een van de meest onderschatte tools voor vastgoed is de NEN2580. Een verschrikkelijk saai document, waarin feitelijk staat hoe we met elkaar omgaan als het gaat om oppervlakte berekening.

Ik heb nog geen architect gevonden die een echte NEN2580 meting kan maken. Echt niemand. Altijd rekenen we het zelf na, of laten derden het doen. Voor de kostenberekening is dit document van belang, maar nog veel meer voor de opbrengstenkant. Immers, de rendementsberekeningen voor vastgoed bevatten een multiplier (de BAR), een factor ergens tussen 15-20 waarmee je de jaarhuur mag vermenigvuldigen om de waarde uit te rekenen. Een paar meter verschil tikt dus nogal aan en gaat vaak over enkele tonnen euro’s. Van het grootste belang dus en ontzettend onderschat.

Een andere ontwerptool die wij dagelijks inzetten is het denken in scenario’s. Niet een variant is de beste of enige oplossing, er zijn er altijd meer. Blijf denken in ‘concepten’ , in mogelijkheden en kansen. Architecten denken in eindoplossingen, in een eindbeeld en houden dit vast en zijn (en dat kun je wellicht modernisme noemen) niet van plan hun visie bij te stellen. Een vreemd gedachtegoed, want bijna altijd komen gebruiker, belegger etc pas in een later stadium van het proces aan tafel. Als zij zo belangrijk zijn en veel kennis hebben (en geld op tafel leggen) moet je hun ideeen meenemen. We pellen het probleem af, steeds komen we een stapje dichter bij de kern van het vraagstuk en komen we tot een eindplan. Op dat moment (en dat is meestal pas na een paar jaar) komt de architect aan tafel. Tussen het Schetsontwerp  en het Voorlopig Ontwerp. Niet eerder.

Het rare is overigens dat stedenbouwers, een enorme ondergewaardeerde groep overigens, wel in staat zijn om in scenario’s te denken. Het andere schaalniveau geeft je wellicht meer vrijheid en andere keuzes, maar het verschil tussen architect en stedenbouwer is enorm. En dat terwijl we naast elkaar studeerden in Delft. Bestaat er geen Modernisme in de stedenbouw? Is er geen geldingsdrang onder stedenbouwers? Er zijn Stedelijke Programmeurs nodig zoals Harm Tilman het omschreef, programmeren in de stedelijke ruimte, activeren van de straat.

Als laatste noem ik de keus van architecten om, in tegenstelling tot het tweede punt, honderden bizarre (gebouw/gebieds) maquettes te willen maken van varianten die er totaal niet toe doen en vanaf de eerste schets onhaalbaar blijken. Een oneigelijk gebruik van inzet en kennis van de werknemers. Echt zonde. Voorbeelden te over wat dit betreft. Kijk maar eens in de keuken bij OMA, KCAP, MVRDV en NL architects. Prachtige bureaus’ met visionaire architecten met zeer veel vernieuwing, kennis en kunde. Maar wat daar allemaal geproduceerd wordt, echt ongelofelijk. Wij deden de afgelopen jaren projecten met enkele van deze bureaus, en continue moest de hele stad ontworpen worden. Dat was niet de vraag, maar wel hun antwoord. Beter was het geweest goed te luisteren naar onze vraag (dan wellicht de opdracht terug te geven als het niet iets voor je is) en dan pas te reageren en vragen te stellen. Bezint eer ge begint.

waar ligt de oplossing?

Als je van je eigen verdiende en gespaarde geld een woning gaat bouwen (of een auto gaat kopen), ben je financier, opdrachtgever en architect tegelijk. Je voelt letterlijk het geld vloeien uit je broekzak als je niet goed oplet, of toch een iets duurdere voordeur in je huis neemt, of toch een trekhaak onder je auto laat zetten. Je wordt kruidenier en let heel erg goed op je eigen keuzes. Architecten (maar ook alle andere adviseurs overigens) moeten meer gaan voelen wat een ontwerpkeuze betekent voor een project. Wat het betekent dat je een BVO-VVO verhouding van 88% gaat halen, of meer. Wat levert dit exact op? Je kunt ineens een WKO betalen, of toch zonnepanelen op het dak zetten. Of een lagere maandhuur betalen waardoor je meer m2 kunt huren.

Participeren in een vastgoed project. Dit betekent dus dat je vanaf het begin ook geen honorarium krijgt, nada, helemaal niets. Je stapt er No Cure No Pay in. Als het project verkocht/verhuurd wordt krijg je 100% betaald, bij stoppen krijg je slechts een onkostenvergoeding. Bij grote winst deel je uiteraard. Daarmee kun je weer nieuwe projecten opstarten. Als we dit systeem gaan toepassen voelt de architect letterlijk in zijn portemonnee elke ontwerpbeslissing. Hij zal nadenken over elke wand die die plaatst en beoordelen of dit beter of slechter is voor de gebruiker, en daardoor praten en denken met de klant, en een beter gevoel ontwikkelen voor de markt. Hij is geen adviseur meer, maar aandeelhouder.

Oprecht verantwoordelijkheid nemen doe je dus zo. Wordt probleemeigenaar, verplaats je in de klant met je eigen portemonnee en luister naar je opdrachtgever, of wordt er zelf een. Deze groep architecten gaan zich verenigen in een nieuwe Online Architecten Autoriteit waar transparantie en betrokkenheid ambities zijn. Geen BNA en Architectenregister meer, maar een open-source platform, zoals het OS House project van Vincent van der Meulen. Eens kijken wie de handschoen oppakt.

comments op mijn blog (als je dit op spacemakers.nl leest)

nawoord

Cliche-s te over als je praat over de verhouding architect – opdrachtgever. De ene denkt alleen maar aan mooie plaatjes, de andere alleen aan geld. De truc zit hem erin dat we een bouwproject gaan zien als een acrobaten act (castellers) zoals hier te zien is.

Je hebt sterke en lichte mensen, maar samen maak je het bouwwerk. Als er een afvalt, dondert alles in elkaar. Of zie het bouwproces als het bereiden van een diner. Geen koud buffet zonder regie, maar een echt diner, bereidt door een topkok (de architect), met top ingrediënten en eerlijke gasten. De ontwikkelaar speelt graag de sous-chef, als hij de architect de leiding toevertrouwt, en kan luisteren naar hem en opdrachten kan aannemen en verwerken. In een top restaurant is vertrouwen in de keuken van cruciaal belang, en speelt ieder zijn rol, zonder beter te willen zijn dan de ander, laat staan hoger in hiërarchie.





MiMoA – liefde voor architectuur

8 04 2010

Tijdens mijn studententijd in Delft organiseerden we regelmatig architectuur reisjes. Parijs was favoriet, net als het bezoeken van de gebouwen van Le Corbusier, een van onze helden (uit die tijd…). Met een aantal man in een bus, stukje rijden, bier en wijn op de achterbank en puur architectuur spotten. Locaties waren altijd lastig te vinden, Google-Maps bestond nog niet, internet was lang niet zo uitgebreid als nu; we praten immers over de begin jaren negentig…

Eind vorig jaar kwam ik, en dus mijn bedrijf IPMMC Vastgoed in aanraking met ‘de meiden van mimoa’, twee enthousisaste dames die rondom hun website MIMOA het plan hadden om een iPhone applicatie te ontwikkelen. Uiteraard raakte ik enthousiast en wilde hun graag helpen een sponsor te zoeken. De kosten voor de ontwikkeling waren te overzien, en de impact van de app zou wel eens erg groot kunnen zijn. Eindelijk een echte goede applicatie waarmee je, waar je ook bent in de wereld, architectuur projecten kunt vinden, gekoppeld aan GPS, en voorzien van een adres. Iets wat noodzakelijk is als je een gebouw of gebied wil bekijken.

Het allermooiste was nog, dat de data op mimoa ‘user generated’, iets wat, in navolging van de bekendste speler Youtube, de toekomst is van internet. Gebruikers leveren de input, gebruikers krijgen de output, alleen een interface die de informatie organiseert heb je nodig om de info te ontsluiten. Mimoa heeft een waanzinnige database aan projecten (meer dan 3.200 op dit moment) en groeit dagelijks. Ook IPMMC Vastgoed heeft haar projecten op Mimoa gezet (uiteraard), we hopen dat onze collega ontwikkelaars en architecten de database vullen en daarmee meer fraaie projecten ontsloten kunnen worden.

Natuurlijk pakken we een specifieke doelgroep van ontwerpers, liefhebbers en iPhone bezitters. Maar wie heeft er nou geen iPhone in ontwerpersland?!








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.