Vorige week mocht ik, op initiatief van Burgfonds (Paul John de Jong) deelnemen aan een evaluatie over de Belle van Zuylen, de 262m1 hoge toren die gepland was langs de A2, aan de westkant van Utrecht. Het verhaal van ‘de belle’ is natuurlijk bekend. Vier jaar geleden nam Burgfonds het initiatief om als projectontwikkelaar de 262 m1 hoge toren te ontwikkelen. Een zogenaamde verticale stad, prominent langs de A2, een landmark voor het 2e Utrecht, de Vinex locatie Leidsche Rijn. Een uitgesproken ontwerp van de Architecten CIE.

De groep van 8 deelnemers via Social Media aan elkaar gekoppeld, een eigen linkedin group genaamd CTBUH Skyscraper Group. Eerst digitaal ontmoeten, daarna live. Een prima formule. Techneuten, ontwikkelaars, conceptontwikkelaar en de initiatiefnemer als projectontwikkelaar. Maar wie ontbrak er? De overheid, precies de partij die we node misten want veel van de ‘lessons learned’ gingen over het proces, over vertrouwen en over het delen van een gezamenlijk doel. ECHT samen een project op te starten, maar goed, here we go.
de setting
Met een klein team zaten we in Westbroek, een klein dorp aan de oostkant van de stad, een landelijke setting die bijna direct symbolisch is voor de problematiek en discussies rondom de Belle van Zuylen. Heb je in Nederland wel zo’n toren nodig, want verdichting buiten de grote steden is helemaal geen issue. Ruimte zat in Nederland. De boerderij gaf ons de rust die we misten in de stad, koeien om ons heen, een klein idyllisch dorpsweggetje waar auto’s elkaar niet kunnen passeren. Zo in contrast met het onderwerp.
Tijdens de sessie kwamen er vele thema’s aan bod. De techniek van het bouwen van zo’n toren, on-nederlands natuurlijk, geeft levert mega vraagstukken op. Brandveiligheid, vluchten, liften etc. En dit gerelateerd aan het aantal mensen wat verblijft in zo’n toren op hetzelfde moment. Je praat over duizenden mensen, die in geval van een calamiteit moeten vluchten. Vergelijk het met een kleine stad die via een toegangsweg onsloten wordt. Het beeld van de Mont San-Michel doemde gelijk bij me op. Als er vloed is is de vesting gesloten en is er geen ontkomen meer aan (tenzij je natte voeten prefereert)
proces
Het ging over het proces. Hoe krijg je de koppen de juiste kant op? Hoe zorg je ervoor dat iedereen dit project ziet zitten? Tegelijk het lastigste, en dus niet te vergelijken met de buitenlandse projecten waarin het politieke klimaat (China, Dubai, Singapore bijvoorbeeld) totaal anders is en er gewoon besloten wordt dat er hoogbouw MOET komen. In Nederland is dit gelukkig anders, maar het zorgt er wel voor dat vernieuwing in projecten tergend langzaam verloopt. Elke vier jaar een andere regering/college, met andere ideeen en andere wensen. In een eerdere oproep op de ProVada (youtube filmpje) heb ik al eens een voorstel gedaan om met de minister (of de top-ambtenaar er net onder) hier eens van gedachten over te wisselen.
Iedereen vind in nederland natuurlijk wat van De Belle. Vervuiling van de horizon en Groene Hart zijn wel de meest genoemde. Rijksbouwmeester Crouwel was overigens redelijk positief. Hoogbouw van deze hoogte prima, maar wel openbaar maken, en dus toegankelijk. Iets wat overigens Burgfonds ook als uitgangspunt had genomen. Duurzaamheid als container-begrip kwam uiteraard ook langs. De discussie tussen de aanwezigen werd flink ineens heftig. Hoezo kan een toren van 262m1 nou duurzaam zijn? De verkeersbewegingen zijn zodanig dat alleen al daardoor de A2 zal vastlopen (IKEA effect). Verdichting in de breedste zin is uiteraard duurzaam te noemen, maar dan op een plek waar je verdichting kan maken, bijvoorbeeld in de binnenstad, en waar dus verkeersstromen klein zijn want iedereen (?) komt op de fiets. Als voorbeeld werd de Maastoren genoemd, een recent opgeleverd project in Rotterdam waar de parkeergarage in het gebouw veel minder gebruikt wordt dan gepland omdat iedereen op de fiets komt.
de belangrijkste vraag
Tijdens alle discusies kwam de vraag ‘wie heeft ooit bedacht dat dat ding er moet komen?’ terug. Een lastig ter herleiden vraag, maar we hebben het toch geprobeerd. Het Masterplan Leidsche Rijn van voormalig Rijksbouwmeester Jo Coenen is het eerste document geweest waarin een toren (driehoekig, iets bescheidener schaal) voorbij.

Coenen bedacht een nieuw centrum voor Leidsche Rijn, aan de westzijde van de nieuwe overkapping van de snelweg A2. Naast een klassieke binnenstad met oplopend maaiveld (om over de snelweg te kunnen lopen!) werd er een toren bedacht. Een landmark was gemaakt. Burgfonds werd gevraagd om de voorzet van Coenen en de Gemeente Utrecht in te koppen en deed dit mijns inziens terecht. Ambitie moet je hebben, een plan kun je laten maken. Terechte zet. Wie wil er nou geen toren ontwikkelen van deze maat. Natuurlijk is dit een heftig project en kun je je afvragen of de verticale stad in Nederland wel enige Nut en Noodzaak heeft, maar door dit plan te maken zwengelt Burgfonds de discussie over (extreme) hoogbouw in nederland terecht aan.
De toren is als landmark bedacht en neergezet. Een nieuw icoon langs de druktste snelweg van Nederland. Niet meer niet minder. Had het wat lager gekund? Natuurlijk. Had het ontwerp van de Architecten Cie aangepast moeten worden? Ja natuurlijk. Het is jammer dat de oude Rijksbouwmeester Coenen zich niet in de (openbare) discussie mengde met de huidige Rijksbouwmeesters (Crouwel, Van de Pol) of met de stedenbouwkundigen van de gemeente en provincie. Wellicht heeft dit op de achtergrond zich afgespeeld, maar voor ons was het gissen.
slot
De bijeenkomst is zeer geslaagd. De deelnemers hebben meer begrip gekregen voor elkaars standpunten, ervaringen zijn uitgewisseld, fijne (geheime…) vastgoed grappen zijn de revue gepasseerd. Paul John, dank voor jou openheid en de organisatie van deze sessie. Laat het een voorbeeld zijn voor een open gesprek over transparante vastgoedontwikkeling, waarbij ook de projecten die niet doorgaan op de agenda kunnen staan. Er zijn al genoeg succesverhalen, alleen van fouten kun je leren. Blameer je dagelijks, alleen zo kom je verder.
Reacties