hoe cool is dit! 3D in PDF

3 02 2011

Vanmiddag werden we hier op kantoor redelijk wild van een (inmiddels half jaar oude) plugin voor Sketchup. De plugin die ervoor zorgt dat je 3D modellen via een PDF file kan delen. Echt briljant! Waarschijnlijk hebben we eea behoorlijk gemist, want ALLPLAN schijnt deze optie al een tijdje te hebben… ;-)

Maar goed, iedereen kan PDF’s bekijken en openen (gratis software), en het versturen van 3d modellen (3DS Max, Maya, Autocad) per mail is altijd erg lastig en vreet enorm veel MB’s. En dan kun je meestal als gebruiker (opdrachtgever, klant) het bestand niet goed openen.

Deze plugin is erg fraai. Kijk maar eens of het werkt.

Het bestand is een 3d model van het centrum van Best, het zogenaamde Basisplan wat inmiddels door de gemeenteraad is goedgekeurt is en nu verder uitgewerkt wordt. Copyright uiteraard van toepassing, mede dank aan collega’s Niels de Vries Humel en Diego Rosero.

Je moet onderstaand bestand downloaden (rechtermuis knop) en opslaan ergens. Dan openen met Acrobat 7 Reader of Pro). Ik krijg hem niet zichtbaar in WordPress helaas. Iemand een oplossing?

Best Centrumplan Basisplan 08102010





de architect als kruidenier

28 01 2011

Wat is er aan de hand met de ‘architect’? Die zelfverzekerde man die me vertelde hoe de wereld verbeterd moest worden, hoe we echt iets heel speciaals moesten maken. Hoe we, niet gehinderd door financiele en scherp georganiseerde processen, de stad moesten verbeteren, iets anders moesten maken dan we eerder deden. Waar is deze kerel (m/v)? Heeft hij zijn lef kwijtgeraakt aan het einde van de crisis? Durft hij niet meer? Wordt hij gehinderd door de project-proces managers, is het wegkwijnend modernisme (als architectuurstroming/opvatting) de oorzaak of zoekt hij gewoon een stok om mee te slaan, puur uit frustratie? Ook ik houd niet van moddergooien, maar kritisch zijn op elkaars verantwoordelijkheden is iets anders, oplossingen aandragen is het devies. Zoals Ole Bouman vorige week al zei, ga geen onproductief debat aan. En terecht. Daarom in dit blog stellingname waarbij ik voor het gemak (en cynisme) even iedereen over een kam scheer. Een column dus.

recente aanleiding

De twee artikelen in het NRC van Jan den Boer (projectmanager Gemeente Utrecht) en Bjarne Mastebroek (voorzitter Bond Nederlandse Architecten) zijn de opmaat voor dit blog. Vorig jaar oktober had ik een aantal gesprekken met mensen van ANET en later volgde ik een debat in ARCAM over de veranderende rol van Opdrachtgever en Architect. Rudy Stroink trad uiteraard op en had een goed verhaal. Stak ook hand in eigen boezem, heel veel respect voor. Er is uiteraard meer over gesproken en geschreven. Verhalen te over, blijkbaar is er genoeg tijd om de pen op te pakken. Prima natuurlijk. Drie jaar geleden waren er nauwelijks opinie stukken over dit onderwerp, er was geen tijd voor het debat. Wat is er veranderd, maar belangrijker, waar is het vertrouwen gebleven wat we in elkaar hadden, en hoe komen we verder. Er is maar een oplossing: OPRECHT verantwoordelijkheid nemen.

wat is er aan de hand

Bouwen is een complex vak. Het duurt jaren voordat we van initatief naar oplevering zijn gelopen, jarenlang over een smalle evenwichtsbalk, met aan de linkerhand een A3 boekje met de plannen, aan de rechterhand een zak geld die continue lijkt te verdampen, maar eigenlijk moet groeien. Een nieuwe BMW bedenken, produceren, afleveren en afschrijven gaat sneller dan een woonhuis bouwen. een jaar of vier doen ze erover. Wij praten al 20 jaar over het Stationsgebied Utrecht (en nog lang niet klaar), inmiddels 15 jaar over de winkels bij de Voorwaarts in Apeldoorn etc. ik ken maar 1 groot project wat echt snel is opgeleverd. Een jaar! Van initiatief tot oplevering. Het auditorium  van de Rabobank in Utrecht.

Complexiteit dus. Regelgeving, procedures, trage overheid, financiële constructies, lagere rendementen etc. Een andere markt, veel harder, veel meer gestuurd op geld dan op kwaliteit. Hoe gaat een architect hiermee om?

wat doet een architect fout?

Hij luistert niet. Veel architecten zijn te eigenwijs, denken dat ze alles weten en bedenken de meest waanzinnige plannen die, ondanks door ons als conceptontwikkelaars zijn uitgewerkt tot een haalbaar en functioneel goed plan, veel te hoogdravend zijn. De architect 1.0 begrijpt niet hoe een ontwikkelproces in elkaar zit. Hij begrijpt niet dat het maar gaat om een ding, namelijk dat een project meer moet opleveren dan het kost. Het maakt niet uit hoeveel een project kost, als er onderaan de streep maar een bepaalde winst zit. Concreet betekent dit dat je dondersgoed moet weten wat de klant (eindgebruiker/bewoner/huurder) wil. Hij wil buitenruimte, uitzicht, daglicht, een fijne werkplek, ruimte etc. Kwaliteit dus. De klant weet precies wat hij kan krijgen voor welk geld. Dat leest ie op internet, funda, via social media etc. Hij is enorm mondig en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. De gebruiker centraal.

enkele tips, tricks en frustraties

Een van de meest onderschatte tools voor vastgoed is de NEN2580. Een verschrikkelijk saai document, waarin feitelijk staat hoe we met elkaar omgaan als het gaat om oppervlakte berekening.

Ik heb nog geen architect gevonden die een echte NEN2580 meting kan maken. Echt niemand. Altijd rekenen we het zelf na, of laten derden het doen. Voor de kostenberekening is dit document van belang, maar nog veel meer voor de opbrengstenkant. Immers, de rendementsberekeningen voor vastgoed bevatten een multiplier (de BAR), een factor ergens tussen 15-20 waarmee je de jaarhuur mag vermenigvuldigen om de waarde uit te rekenen. Een paar meter verschil tikt dus nogal aan en gaat vaak over enkele tonnen euro’s. Van het grootste belang dus en ontzettend onderschat.

Een andere ontwerptool die wij dagelijks inzetten is het denken in scenario’s. Niet een variant is de beste of enige oplossing, er zijn er altijd meer. Blijf denken in ‘concepten’ , in mogelijkheden en kansen. Architecten denken in eindoplossingen, in een eindbeeld en houden dit vast en zijn (en dat kun je wellicht modernisme noemen) niet van plan hun visie bij te stellen. Een vreemd gedachtegoed, want bijna altijd komen gebruiker, belegger etc pas in een later stadium van het proces aan tafel. Als zij zo belangrijk zijn en veel kennis hebben (en geld op tafel leggen) moet je hun ideeen meenemen. We pellen het probleem af, steeds komen we een stapje dichter bij de kern van het vraagstuk en komen we tot een eindplan. Op dat moment (en dat is meestal pas na een paar jaar) komt de architect aan tafel. Tussen het Schetsontwerp  en het Voorlopig Ontwerp. Niet eerder.

Het rare is overigens dat stedenbouwers, een enorme ondergewaardeerde groep overigens, wel in staat zijn om in scenario’s te denken. Het andere schaalniveau geeft je wellicht meer vrijheid en andere keuzes, maar het verschil tussen architect en stedenbouwer is enorm. En dat terwijl we naast elkaar studeerden in Delft. Bestaat er geen Modernisme in de stedenbouw? Is er geen geldingsdrang onder stedenbouwers? Er zijn Stedelijke Programmeurs nodig zoals Harm Tilman het omschreef, programmeren in de stedelijke ruimte, activeren van de straat.

Als laatste noem ik de keus van architecten om, in tegenstelling tot het tweede punt, honderden bizarre (gebouw/gebieds) maquettes te willen maken van varianten die er totaal niet toe doen en vanaf de eerste schets onhaalbaar blijken. Een oneigelijk gebruik van inzet en kennis van de werknemers. Echt zonde. Voorbeelden te over wat dit betreft. Kijk maar eens in de keuken bij OMA, KCAP, MVRDV en NL architects. Prachtige bureaus’ met visionaire architecten met zeer veel vernieuwing, kennis en kunde. Maar wat daar allemaal geproduceerd wordt, echt ongelofelijk. Wij deden de afgelopen jaren projecten met enkele van deze bureaus, en continue moest de hele stad ontworpen worden. Dat was niet de vraag, maar wel hun antwoord. Beter was het geweest goed te luisteren naar onze vraag (dan wellicht de opdracht terug te geven als het niet iets voor je is) en dan pas te reageren en vragen te stellen. Bezint eer ge begint.

waar ligt de oplossing?

Als je van je eigen verdiende en gespaarde geld een woning gaat bouwen (of een auto gaat kopen), ben je financier, opdrachtgever en architect tegelijk. Je voelt letterlijk het geld vloeien uit je broekzak als je niet goed oplet, of toch een iets duurdere voordeur in je huis neemt, of toch een trekhaak onder je auto laat zetten. Je wordt kruidenier en let heel erg goed op je eigen keuzes. Architecten (maar ook alle andere adviseurs overigens) moeten meer gaan voelen wat een ontwerpkeuze betekent voor een project. Wat het betekent dat je een BVO-VVO verhouding van 88% gaat halen, of meer. Wat levert dit exact op? Je kunt ineens een WKO betalen, of toch zonnepanelen op het dak zetten. Of een lagere maandhuur betalen waardoor je meer m2 kunt huren.

Participeren in een vastgoed project. Dit betekent dus dat je vanaf het begin ook geen honorarium krijgt, nada, helemaal niets. Je stapt er No Cure No Pay in. Als het project verkocht/verhuurd wordt krijg je 100% betaald, bij stoppen krijg je slechts een onkostenvergoeding. Bij grote winst deel je uiteraard. Daarmee kun je weer nieuwe projecten opstarten. Als we dit systeem gaan toepassen voelt de architect letterlijk in zijn portemonnee elke ontwerpbeslissing. Hij zal nadenken over elke wand die die plaatst en beoordelen of dit beter of slechter is voor de gebruiker, en daardoor praten en denken met de klant, en een beter gevoel ontwikkelen voor de markt. Hij is geen adviseur meer, maar aandeelhouder.

Oprecht verantwoordelijkheid nemen doe je dus zo. Wordt probleemeigenaar, verplaats je in de klant met je eigen portemonnee en luister naar je opdrachtgever, of wordt er zelf een. Deze groep architecten gaan zich verenigen in een nieuwe Online Architecten Autoriteit waar transparantie en betrokkenheid ambities zijn. Geen BNA en Architectenregister meer, maar een open-source platform, zoals het OS House project van Vincent van der Meulen. Eens kijken wie de handschoen oppakt.

comments op mijn blog (als je dit op spacemakers.nl leest)

nawoord

Cliche-s te over als je praat over de verhouding architect – opdrachtgever. De ene denkt alleen maar aan mooie plaatjes, de andere alleen aan geld. De truc zit hem erin dat we een bouwproject gaan zien als een acrobaten act (castellers) zoals hier te zien is.

Je hebt sterke en lichte mensen, maar samen maak je het bouwwerk. Als er een afvalt, dondert alles in elkaar. Of zie het bouwproces als het bereiden van een diner. Geen koud buffet zonder regie, maar een echt diner, bereidt door een topkok (de architect), met top ingrediënten en eerlijke gasten. De ontwikkelaar speelt graag de sous-chef, als hij de architect de leiding toevertrouwt, en kan luisteren naar hem en opdrachten kan aannemen en verwerken. In een top restaurant is vertrouwen in de keuken van cruciaal belang, en speelt ieder zijn rol, zonder beter te willen zijn dan de ander, laat staan hoger in hiërarchie.





KJ Plein Den Haag – Outdoor Learning Environment

17 11 2010

Op 10 november 2010 vond in Den Haag het 4e Zee Event plaats, georganiseerd door de stichting Metropolis. Ik had het voorrecht om een van de workshops te leiden, hieronder een samenvatting van de workshop.

Op de avond voorafgaand aan het Zee Event ontdekte ik dat er ruim 20 deelnemers aan mijn workshop zouden deelnemen, best veel, zeker gezien de korte tijd (1,5uur) die we hadden. Een presentatie als inleiding gemaakt, voorbereidingen getroffen, tekenspullen meegenomen en rond middernacht checkte ik de Linkedin profielen van alle deelnemers. Dit bleek erg handig, immers, nu was ik goed voorbereid wie er aan tafel zouden zitten. Architecten, landschapsontwerpers, ecologen, bankiers en juristen. Een mooie mix dus, een fraaie dag in het vooruitzicht.

Mijn inleiding ging over de theorie achter duurzame stedenbouw. Geinspireerd door een recent verschenen boek (met bijdragen met college Olga van der Linden) over Duurzame Stedenbouw, ontvouwde ik een aantal therorieen over duurzaamheid. Denken in lagen, in structuren en nadenken over voedsel en voedselvoorziening. Een schot in de roos bleek later, een recent verschenen boek Foodprint Stadsgids Den Haag, sluit naadloos aan.

Ik daagde de groep uit met de theorie van de Slow en Fast lane. De snelle stad die de langzame tegenkomt, precies op het snijvlak van het Haagsche Bos en het Centraal Station. Het Koning Julianaplein (KJ-plein) als ultieme plek waar infrastructuur, groen, mens en dier samenkomt. Juist op dit snijpunt van Slow en Fast moeten we iets doen, iets wat voor de stad een showcase wordt op het gebied van duurzaamheid en ecologie. KJ Square als ECO square.

WORKSHOP

Er kwamen mooie reacties uit de groep. Eerst afwachtend, rustig, daarna verhit en vol energie. Toen ik uiteindelijk iedereen zover kreeg om ook te gaan schetsen, ontstonden er zowaar een paar schetsen over de nieuwe tijdelijke inrichting van het KJ plein!

Een (korte) samenvatting van de conclusies:

1. Het plein moet echt HAAGS worden. De echte haagse identiteit moet voor bewoner, gebruiker, recreant en toevallige (russische) bezoeker duidelijk herkenbaar zijn. Denk aan een haagse poffertjestent, de indische cultuur van de stad etc. Groen Geel (als referentie naar ADO) zou helemaal top zijn.

2. Verbind het plein direct met het Haagsche Bos, Malieveld en de zee! Een brug richting de Pier als ultiem concept. Trek het groen het plein op, zonder dat het KJ plein een gazon krijgt. Een stedelijke inrichting, dat zeker. Mooie bestrating, beetje groen.

3. Het plein moet een gigantische showcase worden. Een plek waar je trots op bent en graag wil komen. Fraaie voorbeelden kwamen voorbij, zoals een museum, een rollercoaster, kinderspeeltuin, glijbaan, discotheek (met energie opwekkende dansvloer uiteraard), digitale meters op de omliggende gebouwen, waarop je duurzaamheid kan meten. Het zichtbaar maken van de ecologische voorbeelden van de gemeente.

4. Het plein is natuurlijk een RUNNING square, treinreizigers rennen naar hun trein, kijken op de mooie witte klok, en merken niets wat er op het plein te doen is. Aan de andere kant wordt er gewacht, gehangen en gezoend. Tapis Roulants het station in, normale bestrating om het station uit te komen. Het plein opdelen in verschillende structuren, routes etcetera. Niet een groot kaal plein, maar opdelen, routes aangeven, maar wel in ‘shared space’, zoals dat meer gebeurt in Den Haag (Spui – Grote Marktstraat)

Waarom ECO?

Duurzaamheid en Ecologie gaan over keuzes maken die niet onomkeerbaar zijn. Het testen van concepten, het testen van programma waarbij je gebruikers, bewoners in de stad vraagt om input. Het plein als een groot schoolbord, waarop je met grote stiften en krijt letterlijk kunt aangeven als passant/bewoner wat je wil op deze plek. Ook kun je inchecken in Four Square (account is aangemaakt) en via Social Media aangeven wat je wil, wat je ervan vindt, en er met mensen afspreken. Je logt in op het plein. KJ ECO Square als digitale ontmoetingsplek, waarop we elkaar wijzen op de nut en noodzaak van ecologisch denken. Een Outdoor Learning Environment.


De foto’s op dit blog zijn gemaakt door Mylene Siegers

Commentaar en aanvullingen zijn uiteraard welkom!





Het Zee Event

28 10 2010

Stichting Metropolis organiseert op 10 november voor de 4e keer het ZeeEvent, een echte actieve netwerk bijeenkomst, met dit jaar als thema Den Haag, ECO City aan Zee. Wethouder Marnix Norder zal het evenement openen, dus de politieke steun voor dit evenement is in ieder geval geregeld!

De drijvende kracht achter de stichting is Patricia Engelbert van Bevervoorde die met veel enthousiasme de afgelopen edities tot een succes gemaakt heeft. Dit jaar heeft ze mij gevraagd om een workshop te leiden. Dit ga ik natuurlijk doen, maarja, de echte vraag was (2 maanden geleden), wat zal ik als onderwerp kiezen… ECO city aan Zee, zo groen ben ik nou ook weer niet.

Wat ik wel heb gedaan is de ruimtelijke ontwikkelingen in Den Haag op de voet volgen; met name die plekken die op de lange termijn het interessants zijn, bijvoorbeeld het Stationsgebied Den Haag Nieuw Centraal. Enerzijds als Hagenaar, anderzijds als conceptontwikkelaar van IPMMC (als mede eigenaar) van het Bellevue gebouw, gelegen aan het stationsplein, de plek waar we echte high rise willen maken. De meest recente ontwikkeling in dit gebied was natuurlijk het bericht dat het M-gebouw van Rem Koolhaas niet op deze plek gaat landen. Een terecht besluit, de leegstand in Den Haag en regio is groter dan ooit tevoren. Maar voor ons als buurman is dit wel heel erg jammer, want wat zou ons gebouw in waarde stijgen, uitzicht op een echte Koolhaas!

De lege vlakte die overblijft, het Stationsplein of Koningin Juliana Plein (KJ plein), moet natuurlijk ingericht worden. Dit gebeurt op dit moment erg snel, er komt verharding, horeca, fietsenstallingen wellicht. Maar is deze locatie niet een prachtige plek om iets te doen met het thema Den Haag ECO City aan Zee?

Het is de entree en poort van de stad, honderdduizenden bezoekers komen via deze plek de stad binnen. Direct gelegen aan de groene long van Malieveld en Haagsche Bos, en perfect ontsloten aan de uitvalsweg Utrechtse Baan. Het heeft zo veel natuurlijke bronnen om zich heen dat het bijna niet anders kan dan dat we hier een prachtige en mooie ECO showcase van kunnen maken.

Geen geitenwollensokken-tapijt, maar een hypermoderne invulling; die 24 uur per dag leeft, waar cultuur samensmelt met nieuwe media, waar energie wordt opgewekt en dit permanent wordt getoond. Kunnen we het Haagsche Bos en Malieveld inzetten als buffers voor de binnenstad, nog meer dan ze nu al zijn? Als waterwingebied, opslag van regenwater of zelfs voor productie van voedsel? Kan dit tijdelijk? Of kiezen we voor de lange termijn? En uiteraard de kernvraag, is al dit geweld wel nodig, en moet Den Haag helemaal niet voorop gaan lopen in het ecologisch denken?

Ik nodig u van harte uit bij het Zee Event (inschrijven kan hier…) en mijn workshop, hopelijk tot de 10e november. En hopelijk heeft dhr. Norder ook tijd om wat langer te blijven, immers het KJ plein is ook een beetje zijn plek.





Architectuur Quiz

11 10 2010

Vanmiddag was ik in het hoofdkantoor van ING Real Estate in Den Haag. In de hoogbouw van het kantoor, waar ik nog nooit geweest was. Iets wat overigens niet raar is, want dit was tot voor kort het gebouw van Nationale Nederlanden. En ik heb nooit een verzekeringspolis daar afgesloten, vandaar.

Maar goed, blijkbaar kenden niet heel veel mensen (lees: mijn 200 volgers op Twitter) dit gebouw van binnen want na een ‘rara waar ben ik-tweet’ werd er verbaasd gereageerd. Geen van de antwoorden was goed, maar een ideetje was geboren. Niets hoogdravends, maar gewoon leuk!

Het is uiteraard een gebouw (de Haagse Poort) van Rob Ligtvoet, van zijn bureau Kraaijvanger Urbis uit Rotterdam. Een typische ‘ligtvoet’, een stevig gebouw, uber-modern, strak afgewerkt, en alleen aan de tegels in de toiletten (lichtgroen) kun je zien dat het gebouw er al even staat (1994).

De Idee: De Architectuur Quiz

Ik ga een paar keer per week een architectuur quiz houden, maak een foto van een gebouw in Nederland, jullie mogen raden wat het is, waar het staat en wie de ontwerper is. Dit alles zal ontsloten worden via Twitter, met als ‘username’ archquiz . Als het een succes wordt (ik krijg meer dan 500 volgers) ga ik er een prijs aan koppelen. Als er zoveel reacties komen dat ik het niet meer bij kan houden neem ik er een secretaresse, fotograaf en back-office bij. En uiteraard een hippe website, gekoppeld aan twitter-timeline, gps-tracking, uploadmogelijkheid etc. Maar zover is het nog niet, onderaan beginnen. Tot snel!

Oja, uiteraard is het idee niet nieuw, zoek eens op #waarinamsterdam en #waarinutrecht. Mooie voorbeelden van interactieve en user-generated content, maar gelukkig voor mijn initiatief, erg lokaal.. ;-)





De Banstraat – enkele beelden

28 09 2010

Hierbij enkele originele impressies van het project De Banstraat in Amsterdam. Zie voor meer info mijn blog ‘Lef hebben‘ en de reactie(s) daarop.

Het zijn foto’s van de maquette van het ontwerp van Peter Sas uit 2009.

hieronder enkele impressies van het ontwerp uit de begin periode van de ontwikkeling, april 2004.

04_01175_2-05-zijgevel2_260304lowres

04_01175_2-06-perspectief_260304lowres





Lef hebben

14 07 2010

De afgelopen dagen heb ik veel informatie tot me genomen. Stof tot nadenken kun je zeggen. De vraag is hoe je al deze informatie filtert en daarin je eigen meningen en ideeen structureert. En dat is best lastig. Morgen komt er hopelijk meer structuur in als ik een debat mag inleiden, georganiseerd door het blad De Vitale Stad. De case  is ‘Wie ontwikkelt de Stad’, over de veranderende rol van projectontwikkelaars, corporaties en overheid. Een fijne informele setting aan een stedelijk strand in Amersfoort. Dat moet goed komen, vakgenoten erbij, dus in een vertrouwde omgeving. Maar wat is er nou zo lastig. Ik probeer het.

Er is de laatste maanden veel kritiek op de Wet Ruimtelijke Ordening en alles wat er rondom regelgeving vanuit de overheid is bedacht. Met name het artikel van Adri Duijvesteijn op zijn eigen blog als in De Volkrant heeft me getriggerd. Door dieper in de materie te duiken kom je het recent verschenen rapport van NEPROM over de samenwerking tussen Woningcorporaties en Marktpartijen tegen. Daarnaast de oproep van de architectenbond BNA voor een beter milieu voor architecten en de kwaliteit van ‘de gebouwde omgeving’, tegen de verrommeling van Nederland. De brief leest als een noodkreet, maar is dit terecht?

Alle schrijvers geven kritiek op de WRO. Wat hen met name intrigeert is de enorme berg regels en wetten (milieu, fauna, geluid) die andere wetten om snel te kunnen bouwen, weer tegenwerken. Met andere woorden, we willen wel bouwen en ontwikkelen, maar het duurt te lang omdat er een vogelnest in een boom hangt. Daarnaast is de terechte kritiek gericht op de beperkingen die het ‘bestemmingsplan’ legt op de vrije markt. Zeker nu de crisis op zijn ergst zichtbaar is, hebben de marktpartijen terecht behoefte aan meer vrijheid. Als een ondernemer een winkel wil beginnen in een wei, en daar dus zijn eigen geld wil investeren, moeten we hem niet tegen gaan werken.

Recentelijk is de Crisis en Herstelwet aangenomen in de Eerste Kamer. Een wet die, naast de toewijzing van een aantal projecten die echt door moeten gaan, ook veel kansen bied voor procesversnelling in de RO procedures. Een goede zaak uiteraard. Minder regels, geen mogelijkheid meer voor herhaald bezwaar maken etc. Laten we deze wet verbeteren, verscherpen en op alle projecten en in alle gemeenten actief gaan gebruiken. Duivesteijn pleit voor een Wet op de Leefomgeving, een nieuwe wet die de democratie terugbrengt en integraal kijkt naar gebiedsontwikkelingen en daar slimme keuzes maakt. Duivesteijn maakt overigens een prachtig overzicht van geschiedenis van de RO sinds 1970.

De stad als case

Wat het tweede punt betreft, de vrijheid van bestemmings- en structuurplannen, gaat het volgens mij meer om een mind-set dan om de echte regels, het gaat namelijk om ondernemersgeest. Zowel bij de ontwikkelaar als bij de bestuurder(s). Neem in je gedachten eens aan een stad, een middelgrote, of kleine of grote stad en kijk daar eens echt goed naar. Wat je in elke stad ziet zijn mooie projecten, gebieden en pleinen, maar ook lelijke, verrommelde en smerige plekken. Je ziet woningbouw uit de jaren 30, wijken van de na-oorlogse wederopbouw en hippe winkelstraten. Zover liggen ze niet van elkaar af, je fietst er zo doorheen. Een stad is een groeibriljant, die groeit, krimpt, verkleint, verbrand en weer wordt opgebouwd. Een stad, door zijn diversiteit aan functies, programma, mixed-use buildings, oud en nieuw, veranderingen kan opnemen, die je in een nieuwe (VINEX) wijk niet voor mogelijk houdt. De charme van een sterke stad is dat deze al deze tegenstrijdigheden opgenomen kunnen worden. Alles hoeft niet fraai en mooi te zijn. Dat kan niet, hoeft niet en draagt ook niet  bij aan de leefbaarheid. Bataviastad en het Rosada Outlet centre zijn nep steden waar je heel even wilt zijn, maar zeker niet langer dan een uur. En dat is al erg lang trouwens.

Als het gaat over ons van van projectontwikkeling, dan is dit simpel gezegd je geld zodanig slim inzetten dat ambtities verwezelijkt worden, zodanig dat onze leefomgeving verbetert. Het is het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, van rekenen en tekenen, van kennis van de markt en het durven testen van nieuwe ideeen en concepten. Dat gaat wel eens mis, maar de grap is dat je daar niet zo bang voor moet zijn. We moeten onze plannen anders inrichten, we moeten toe naar een nieuwe gebiedsontwikkeling, naar gebiedsvisies die meerdere jaren stand houden, maar mocht dit niet mogelijk zijn (markt, crisis) dan passen we ze aan. Geen probleem. Stel elk jaar je plannen bij en leg uit dat dit niet anders kan. Je kon niet weten dat de Twin Towers zouden instorten, je kon niet weten dat de huidige crisis zo hard zou toeslaan.

Wat wel wel kunnen is faseren, enorm faseren. Knip de visies en plannen op in 1,2, 3, 10 fases. Begin met fase 1 en 2. Wacht en kijk wat er gebeurt. Activeer de gebieden met goedkope woningen of werkruimte voor starters. Het SOHO effect. Kunstenaars erin, maak het hip. Wacht wederom. Stel je plannen bij, laat een lokale ondernemer, die geld investeert, toe in het gebied. Een winkel, een koffietent? Ja prima. Laat de markt bepalen. Misschien geen bordeel en koffieshop, maar spreek dat dan af. Zorg voor een visie, zorg voor een beleid, maar wees niet bang dit bij te stellen.

Lef hebben

Een mooi voorbeeld is Rotterdam. Vorige week zijn we met mijn directe collega’s op excursie geweest. We hebben de hele dag door de stad gefietst en onze conclusie, na een goed glas wijn bij Hotel New York getrokken. Deze stad druipt van ondernemersgeest en dat zie je direct terug in de stad, in de gebouwen, de winkels, de horeca etc. Totaal verschillend van Utrecht en Den Haag. Waar met name Utrecht grote moeite heeft om de stad herontwikkeld te krijgen, heeft Rotterdam dat probleem helemaal niet. Er wordt gewoon gegaan, go with the flow, er wordt geaccepteerd dat er fouten worden gemaakt, maar de ondernemersgeest zorgt voor een gevoel van ‘dat lossen we wel weer op’. Waar gewerkt wordt vallen spaanders, maar gewerkt wordt er. De Markthal? Je kunt je afvragen of het een goed project is. Het komt er wel, vernieuwend, anders, bijzonder, onhandig wellicht, maar we gaan we testen, en we zien wel weer. Innovatie als sleutelwoord.

En nu de politiek

Bestuurders hebben een belangrijke rol in deze setting, zij zetten de toon. In Rotterdam gaat dit dus gewoon heel goed. Peper en Opstelten (met de Grand Depart als briljante recente citymarketing) voorop. En ja, critici noemen gelijk de Maas als Unique Selling Point maar dit is geheel onterecht. Utrecht heeft immers de grachten (water) en het groen om de stad. Of wat te denken van de centrale ligging en het CS? Maar als Adri Duivesteijn dan terecht schrijft over het grote probleem van de de 4.200 vergunningen die de gemeente Utrecht moet doorlopen om het Stationsgebied opgeknapt te krijgen dan begrijp ik het niet meer. Er liggen plannen, laten we er dan gewoon voor gaan.

De Wet op de Leefomgeving zou helpen, maar een stukje lef en durf van de politiek door je nek meer uit te steken zou weleens de sleutel tot succes kunnen zijn. Ik heb het vaker gezegd: Blameer je dagelijks, maak fouten, dit is de enige manier op het beter te doen, want er komt zeker een volgende keer.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.