Contracten napluizen of de schetsrol op tafel?

11 06 2011

Vorige week liep ik met een schetsrol in mijn ene hand en een zwarte stift in de andere een vergaderzaal binnen. De opdrachtgever keek me aan en begon te lachen. ‘Problemen in vastgoed kun je oplossen met een nieuw contract of met een nieuwe schets’, glimlachte hij. ‘Veel collega’s beginnen met het scannen van de contracten en vinden dan een oplossing, maar laten we eerlijk zijn, tekenen is toch veel leuker!’.

En zo is het maar net. De hele dag tekenen, kleuren, knippen en plakken. Overigens betekent dit je veel achter de computer zit om de schetsen en plannen zo strak als mogelijk te krijgen. Maar het resultaat loont, een eenvoudig zwart-wit schetsje wordt ineens een breed gedragen tekening en de start van een project.

kansen in de binnenstad

Wat is het dat we in deze digitale wereld, waarin real-time renderings een situatie perfect kunnen nabootsen, we veel meer hebben aan een schets? Heeft het te maken met het ouderwetse handwerk, met de waardering voor ambachtswerk? Ik denk dat het iets anders is, en dat hebben ‘we’ een paar jaar geleden tijdens een VizThink event ’uitgevonden’.

De economisch bijzondere tijd waarin we nu zitten (crisis, geen huurders en kopers, leegstand etc) stellen ons continue de vraag:’ hoe nu verder, en soms ‘willen we wel verder’. ‘Hoe zetten we de volgende stap, waarom en met wie’. We zoeken oplossingen voor de grote vastgoed vraagstukken. Oplossingen komen niet ineens, er moet eerst gedroomd worden voor het iets gerealiseerd kan worden.Tijdens een workshop rondom ‘Visual Thinking’ (vrij vertaald: denken in beelden) kwam de term ‘de vage schets’ naar boven. De Vage Schets (nu met hoofdletters) als symbool voor een nieuwe start, het symbool voor verandering, aanpassing, vernieuwing etc.

De Vage Schets is een simpel tekeningetje, een schetsje, een krabbel op een bierviltje. Althans, zo ziet ie eruit. Maar de schets is veel meer. Er is een proces van uren, soms dagen of weken aan vooraf gegaan waarin we plannen hebben gemaakt, contracten hebben gelezen en op zoek gegaan zijn naar een oplossing voor een vastgoed probleem. We zijn in de geschiedenis gedoken, we hebben excursies gemaakt en uiteindelijk hebben we een oplossing gevonden! En dat schetsje, op een smoezelig bierviltje, gemaakt tijdens de laatste avond in de kroeg, wordt nu gebruikt als symbool van het nieuwe project.

Schets Jo Coenen van NAI Rotterdam

Alle informatie zit in de Vage Schets. Er staan lijnen, pijlen, teksten (met de hand uiteraard), kleuren en andere kriebels op. Vaak is de beste schets behoorlijk vaag, soms schaalloos en dat heeft een voor de hand liggende reden. Iedereen ziet iets anders in de schets, en dat is in het vakgebied van conceptontwikkeling juist prima. Immers, vanuit vele vakgebieden, expertises en agenda’s moeten we allemaal iets herkennen in het plan. Haalbaarheid en realisme versus dromen, sferen en visie. Ondersteund met referenties levert een goede schets de input voor een nieuwe haalbaarheid. En dat is iets wat we in deze tijd wel kunnen gebruiken.





Een alternatief voor de Kabelbaan van Scheveningen

1 03 2011

Afgelopen vrijdag presenteerde Marnix Norder (Wethouder Stadsontwikkeling, Volkshuisvesting en Integratie Gemeente Den Haag) zijn nieuwe plannen voor Scheveningen. Minder woningen en minder bedrijfsruimte, wel een surfdorp, marina (wat dit dan ook is) en een kabelbaan!

Bij het noemen van een kabelbaan doemden gelijk de voorbeelden van dergelijke vervoersmiddelen in zonnige steden als Lissabon en Barcelona op. In Lissabon is de kabelbaan een toeristische attractie die nauwelijks interessant is. De kabelbaan loopt evenwijdig aan het EXPO terrein uit 1998, en vervoert je een paar honderd meter verderop, uiteraard door de lucht, en geeft je uitzicht op een aantal paviljoens, onder andere die van Siza. De andere bekende kabelbanen staan in de bergen van Oostenrijk en Zwitserland, de ski-vakantie referenties. Bedoelt om je van laag naar hoog te vervoeren, iets waar in de basis een kabelbaan voor bedoeld is. Een kabelbaan heeft iets heel simpels in zich, en is in mijn ogen niet meer dan een noodzaak om hoogte te winnen. Technisch niet moeilijk, exploitatie technisch blijkbaar wel. Bezoekers hebben een angst om in de kabelbaan te stappen (wind, hoogtevrees, staat een paar keer per dag stil) en begrijpen dit vervoersmiddel niet.

De noodzaak voor een vervoersmiddel die je van het Norfolk terrein (bronpunt voor auto verkeer) naar het Zuidelijk Havengebied brengt is evident. De nieuwe verkeersontsluiting van Scheveningen gaat uit van ‘inprikkers’, aangezien een rondweg of tunnel langs / onder de kust niet realistisch is. Maar is een kabelbaan nou de meest geschikte oplossing voor dit probleem? Wij denken van niet.

Wat is er mooier dan wachten voor een openstaande brug?

Afgelopen zomer trok Sail Amsterdam honderd-duizenden bezoekers naar de stad. De Sail-In voorafgaand aan het evenement was in IJmuiden.

Mensen wachtten in hun zelf meegebrachte stoelen op de boten die voorbij trokken, ze wachtten feitelijk voor een openstaande brug en aanschouwden het kijkspel. Prachtig gezicht. Een brug maken om de verbinding tussen Zuid en Noord met elkaar te verbinden is de meest logische. En dat deze brug af en toe openstaat, is geen enkel probleem. Hoeveel boten komen er langs per dag of per uur? En als je dan even moet wachten, is dat dan heel erg? Bovendien weten we van de Erasmusburg in Rotterdam dat bruggen over het algemeen iconen van een stad worden. Symboolwerking op en top. Zo verbind je gebieden met elkaar.

Recentelijk is er door NEXT architects een plan gemaakt voor een brug over het IJ in Amsterdam.

Een symbolische ‘Y’, die zo hoog bedacht is dat boten er onderdoor kunnen varen (hoogte meer dan 50 meter!). Lastig om overheen te lopen of te fietsen, dat wel.

Er zijn ook alternatieven. Zie bijvoorbeeld de Newcastle Gateshead Bridge, die zich opent en sluit, zodat er boten onderdoor kunnen varen. De fietser en voetganger blijft op  een niveau. Je moet wel even wachten, maar hoe cool is dat!

of iets geheel anders?

Nederland heeft een geschiedenis met het ‘gevecht tegen het water’ en Scheveningen heeft hier dagelijks mee te maken. Op dit moment wordt de zeewering versterkt en zijn de resultaten zichtbaar van een nieuwe boulevard. Deze thematiek zouden we moeten inzetten om juist de kracht en spanning van dit gevecht tussen land en zee te vertalen in de plannen voor Scheveningen. Waarom verbinden we de twee havenhoofden niet met elkaar via een Aquaduct? We laten het scheepvaartverkeer rustig de haven binnen varen over het aquaduct en laten de bezoekers en gebruikers van de stad ervan genieten (boven), of via roltrappen en bijzondere functies, er onderdoor gaan. Aan beide havenhoofden (de uiteinden van het aquaduct) geven de de geplande gebouwen meer functies (denk aan een nieuw Sea-Life, surfdorp&flowrider, hotel, appartementen, (kleinschalige) chique retail, marina-achtige functies, harbour entertainment center, horeca, foodcourt, een nieuw Scheveninger museum etc.

Den Haag, Wereldstad aan Zee, verdient beter dan een kabelbaan. Een technisch hoogstandje, maar als je even de A4 op rijdt richting Amsterdam gebeurt het letterlijk. Onder de weg door bij Zoeterwoude zie je dat het gewoon werkelijkheid is. Kies uit twee goede alternatieven. Of we zetten de stad op de kaart met een mooie brug, of met een aquaduct, gekoppeld aan kwalitatieve en duurzame functies, die echt geld opleveren.

Om het (woning) bouw programma op het Norfolk terrein op een hoogwaardige manier te verbinden met het Noorderstrand is een duurzame verbinding nodig. Een verbinding die recht doet aan de ambities van de stad, en op een geloofwaardige manier een vertaling is van de ambitie van de gemeente.
Bruggen kunnen deze verbinding zijn. Met Rotterdam als voorbeeld, waarbij de Kop van Zuid pas in waarde steeg toen de Erasmusbrug een icoon werd. De waarde van binnenstedelijke vastgoedontwikkelingen hangt samen met de infrastructuur en de vrijheden die gebruikers, bewoners, toeristen daarmee krijgen. Een kabelbaan levert juist een beperking op, met windkracht 5 wil immers niemand in de gondel.
Programmeer de gebieden rondom de verbinding, denk na over welke functies de aantrekkelijkheid van de brug of aquaduct versterken en zoek lokale partners die deze kansen zien. Een flowrider als spectaculaire (ondergrondse) attractie zou er een kunnen zijn.

We willen graag meeschetsen aan de plannen, waarin faseerbaarheid en haalbaarheid de thema’s zijn. De tekeningen en (autocad) tekening zijn via een comment te verkrijgen, dus doe er (geheel volgens het open-source principe) je voordeel mee.

Niels de Vries Humel & Rico Zweers





Lef hebben

14 07 2010

De afgelopen dagen heb ik veel informatie tot me genomen. Stof tot nadenken kun je zeggen. De vraag is hoe je al deze informatie filtert en daarin je eigen meningen en ideeen structureert. En dat is best lastig. Morgen komt er hopelijk meer structuur in als ik een debat mag inleiden, georganiseerd door het blad De Vitale Stad. De case  is ‘Wie ontwikkelt de Stad’, over de veranderende rol van projectontwikkelaars, corporaties en overheid. Een fijne informele setting aan een stedelijk strand in Amersfoort. Dat moet goed komen, vakgenoten erbij, dus in een vertrouwde omgeving. Maar wat is er nou zo lastig. Ik probeer het.

Er is de laatste maanden veel kritiek op de Wet Ruimtelijke Ordening en alles wat er rondom regelgeving vanuit de overheid is bedacht. Met name het artikel van Adri Duijvesteijn op zijn eigen blog als in De Volkrant heeft me getriggerd. Door dieper in de materie te duiken kom je het recent verschenen rapport van NEPROM over de samenwerking tussen Woningcorporaties en Marktpartijen tegen. Daarnaast de oproep van de architectenbond BNA voor een beter milieu voor architecten en de kwaliteit van ‘de gebouwde omgeving’, tegen de verrommeling van Nederland. De brief leest als een noodkreet, maar is dit terecht?

Alle schrijvers geven kritiek op de WRO. Wat hen met name intrigeert is de enorme berg regels en wetten (milieu, fauna, geluid) die andere wetten om snel te kunnen bouwen, weer tegenwerken. Met andere woorden, we willen wel bouwen en ontwikkelen, maar het duurt te lang omdat er een vogelnest in een boom hangt. Daarnaast is de terechte kritiek gericht op de beperkingen die het ‘bestemmingsplan’ legt op de vrije markt. Zeker nu de crisis op zijn ergst zichtbaar is, hebben de marktpartijen terecht behoefte aan meer vrijheid. Als een ondernemer een winkel wil beginnen in een wei, en daar dus zijn eigen geld wil investeren, moeten we hem niet tegen gaan werken.

Recentelijk is de Crisis en Herstelwet aangenomen in de Eerste Kamer. Een wet die, naast de toewijzing van een aantal projecten die echt door moeten gaan, ook veel kansen bied voor procesversnelling in de RO procedures. Een goede zaak uiteraard. Minder regels, geen mogelijkheid meer voor herhaald bezwaar maken etc. Laten we deze wet verbeteren, verscherpen en op alle projecten en in alle gemeenten actief gaan gebruiken. Duivesteijn pleit voor een Wet op de Leefomgeving, een nieuwe wet die de democratie terugbrengt en integraal kijkt naar gebiedsontwikkelingen en daar slimme keuzes maakt. Duivesteijn maakt overigens een prachtig overzicht van geschiedenis van de RO sinds 1970.

De stad als case

Wat het tweede punt betreft, de vrijheid van bestemmings- en structuurplannen, gaat het volgens mij meer om een mind-set dan om de echte regels, het gaat namelijk om ondernemersgeest. Zowel bij de ontwikkelaar als bij de bestuurder(s). Neem in je gedachten eens aan een stad, een middelgrote, of kleine of grote stad en kijk daar eens echt goed naar. Wat je in elke stad ziet zijn mooie projecten, gebieden en pleinen, maar ook lelijke, verrommelde en smerige plekken. Je ziet woningbouw uit de jaren 30, wijken van de na-oorlogse wederopbouw en hippe winkelstraten. Zover liggen ze niet van elkaar af, je fietst er zo doorheen. Een stad is een groeibriljant, die groeit, krimpt, verkleint, verbrand en weer wordt opgebouwd. Een stad, door zijn diversiteit aan functies, programma, mixed-use buildings, oud en nieuw, veranderingen kan opnemen, die je in een nieuwe (VINEX) wijk niet voor mogelijk houdt. De charme van een sterke stad is dat deze al deze tegenstrijdigheden opgenomen kunnen worden. Alles hoeft niet fraai en mooi te zijn. Dat kan niet, hoeft niet en draagt ook niet  bij aan de leefbaarheid. Bataviastad en het Rosada Outlet centre zijn nep steden waar je heel even wilt zijn, maar zeker niet langer dan een uur. En dat is al erg lang trouwens.

Als het gaat over ons van van projectontwikkeling, dan is dit simpel gezegd je geld zodanig slim inzetten dat ambtities verwezelijkt worden, zodanig dat onze leefomgeving verbetert. Het is het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, van rekenen en tekenen, van kennis van de markt en het durven testen van nieuwe ideeen en concepten. Dat gaat wel eens mis, maar de grap is dat je daar niet zo bang voor moet zijn. We moeten onze plannen anders inrichten, we moeten toe naar een nieuwe gebiedsontwikkeling, naar gebiedsvisies die meerdere jaren stand houden, maar mocht dit niet mogelijk zijn (markt, crisis) dan passen we ze aan. Geen probleem. Stel elk jaar je plannen bij en leg uit dat dit niet anders kan. Je kon niet weten dat de Twin Towers zouden instorten, je kon niet weten dat de huidige crisis zo hard zou toeslaan.

Wat wel wel kunnen is faseren, enorm faseren. Knip de visies en plannen op in 1,2, 3, 10 fases. Begin met fase 1 en 2. Wacht en kijk wat er gebeurt. Activeer de gebieden met goedkope woningen of werkruimte voor starters. Het SOHO effect. Kunstenaars erin, maak het hip. Wacht wederom. Stel je plannen bij, laat een lokale ondernemer, die geld investeert, toe in het gebied. Een winkel, een koffietent? Ja prima. Laat de markt bepalen. Misschien geen bordeel en koffieshop, maar spreek dat dan af. Zorg voor een visie, zorg voor een beleid, maar wees niet bang dit bij te stellen.

Lef hebben

Een mooi voorbeeld is Rotterdam. Vorige week zijn we met mijn directe collega’s op excursie geweest. We hebben de hele dag door de stad gefietst en onze conclusie, na een goed glas wijn bij Hotel New York getrokken. Deze stad druipt van ondernemersgeest en dat zie je direct terug in de stad, in de gebouwen, de winkels, de horeca etc. Totaal verschillend van Utrecht en Den Haag. Waar met name Utrecht grote moeite heeft om de stad herontwikkeld te krijgen, heeft Rotterdam dat probleem helemaal niet. Er wordt gewoon gegaan, go with the flow, er wordt geaccepteerd dat er fouten worden gemaakt, maar de ondernemersgeest zorgt voor een gevoel van ‘dat lossen we wel weer op’. Waar gewerkt wordt vallen spaanders, maar gewerkt wordt er. De Markthal? Je kunt je afvragen of het een goed project is. Het komt er wel, vernieuwend, anders, bijzonder, onhandig wellicht, maar we gaan we testen, en we zien wel weer. Innovatie als sleutelwoord.

En nu de politiek

Bestuurders hebben een belangrijke rol in deze setting, zij zetten de toon. In Rotterdam gaat dit dus gewoon heel goed. Peper en Opstelten (met de Grand Depart als briljante recente citymarketing) voorop. En ja, critici noemen gelijk de Maas als Unique Selling Point maar dit is geheel onterecht. Utrecht heeft immers de grachten (water) en het groen om de stad. Of wat te denken van de centrale ligging en het CS? Maar als Adri Duivesteijn dan terecht schrijft over het grote probleem van de de 4.200 vergunningen die de gemeente Utrecht moet doorlopen om het Stationsgebied opgeknapt te krijgen dan begrijp ik het niet meer. Er liggen plannen, laten we er dan gewoon voor gaan.

De Wet op de Leefomgeving zou helpen, maar een stukje lef en durf van de politiek door je nek meer uit te steken zou weleens de sleutel tot succes kunnen zijn. Ik heb het vaker gezegd: Blameer je dagelijks, maak fouten, dit is de enige manier op het beter te doen, want er komt zeker een volgende keer.





MiMoA – liefde voor architectuur

8 04 2010

Tijdens mijn studententijd in Delft organiseerden we regelmatig architectuur reisjes. Parijs was favoriet, net als het bezoeken van de gebouwen van Le Corbusier, een van onze helden (uit die tijd…). Met een aantal man in een bus, stukje rijden, bier en wijn op de achterbank en puur architectuur spotten. Locaties waren altijd lastig te vinden, Google-Maps bestond nog niet, internet was lang niet zo uitgebreid als nu; we praten immers over de begin jaren negentig…

Eind vorig jaar kwam ik, en dus mijn bedrijf IPMMC Vastgoed in aanraking met ‘de meiden van mimoa’, twee enthousisaste dames die rondom hun website MIMOA het plan hadden om een iPhone applicatie te ontwikkelen. Uiteraard raakte ik enthousiast en wilde hun graag helpen een sponsor te zoeken. De kosten voor de ontwikkeling waren te overzien, en de impact van de app zou wel eens erg groot kunnen zijn. Eindelijk een echte goede applicatie waarmee je, waar je ook bent in de wereld, architectuur projecten kunt vinden, gekoppeld aan GPS, en voorzien van een adres. Iets wat noodzakelijk is als je een gebouw of gebied wil bekijken.

Het allermooiste was nog, dat de data op mimoa ‘user generated’, iets wat, in navolging van de bekendste speler Youtube, de toekomst is van internet. Gebruikers leveren de input, gebruikers krijgen de output, alleen een interface die de informatie organiseert heb je nodig om de info te ontsluiten. Mimoa heeft een waanzinnige database aan projecten (meer dan 3.200 op dit moment) en groeit dagelijks. Ook IPMMC Vastgoed heeft haar projecten op Mimoa gezet (uiteraard), we hopen dat onze collega ontwikkelaars en architecten de database vullen en daarmee meer fraaie projecten ontsloten kunnen worden.

Natuurlijk pakken we een specifieke doelgroep van ontwerpers, liefhebbers en iPhone bezitters. Maar wie heeft er nou geen iPhone in ontwerpersland?!








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.